Wijnweetjes en meer... / De wijnontwikkeling

De wijnontwikkeling

 

Heel lang (eeuwen) is er wijn gemaakt vanuit de behoefte voor dagelijks gebruik. Ongeveer aan het eind van de 17de eeuw kwam er een omslag, mensen die wat meer welgesteld waren wilden wijnen die zorgden voor een ware smaaksensatie.

De liefhebbers van goede wijn
Ook in de oudheid werd voor de koningen en de toenmalige leiders van het land gezocht naar de beste wijn. Maar hier ging men altijd uit van jonge wijn die uit het zelfde oogst jaar gedronken werd.  Een wijn die dan een jaar oud was werd direct minder waard. Rond 1715-1723 vroegen de koningen uit Frankrijk om de beste Champagne en die kregen ze ook. Een voorloper van de goede wijn drinken is de minister president van Engeland in die tijd, Robert Walpole. Hij was een grote liefhebber van de Bordeaux wijnen. In de boeken staat dat er rond 1714 een marktkoopman uit Parijs graag wijnen wilde hebben voor zijn zakenrelaties. Wijnen welke een “goede”, verfijnde, oude, donkere en zachte smaak hadden. Vanaf dit moment zijn de wijnboeren hun wijnen steeds meer gaan verfijnen en werd ook de prijs van een oude wijn duurder. Je kunt misschien ook stellen dat het verfijnproces van de wijnen in de Bordeaux streek is begonnen door de liefhebbers van deze wijn aan de verschillende hoven.

De Grand vins van Bordeaux
Rond 1660 is de heer Arnaud de Pontac begonnen met een nieuw soort wijn te produceren door gebruik te maken van methoden die later gangbaar zijn geworden. Kleine rendementen, zorgvuldige selectie, nauwkeurige wijnbereiding en wijnrijping. Deze wijnen kosten 3x zoveel dan andere goede wijnen. Ook andere wijnhuizen hebben deze ontwikkeling toegepast en zo werden er steeds beter wijnen ontwikkelt ook later bij de goedkopere wijnen. Door de steeds groter wordende populatie is er ook de behoefte gegroeid van niet alleen dure wijnen maar ook de wat goedkopere wijnen.

Wist je dat: Champagne bestaat dankzij de komst van de fles en de kurk
Champagnewijnen waren in de 16e eeuw nog niet heel gangbaar. Door het koolzuur kon de wijn moeilijk over lange afstanden worden vervoerd. De vaten, de enige wijnverpakking die was toegestaan in de monarchie, explodeerden onder de druk van de mousserende wijn. De fles (die de Engelsen als eersten voor het transport van wijn gebruikten) en de kurk uit Portugal losten dit probleem op. Een ander geluk voor de Champagnestreek was Dom Perignon. Deze benedictijner monnik was kleedmeester van de abdij van Hautvilliers en herontdekte de eigenschappen van kurk. Hij gebruikte het materiaal om de flessen af te sluiten en perfectioneerde de aansluiting. De kurk was geboren.

Wist je dat: Pasteur, grootvader van de oenologen
De wijnbouw was lange tijd gebaseerd op het empirisme en is dan ook nooit onderwerp geweest van diepgaande wetenschappelijke onderzoeken. Met Pasteur werd er een belangrijke stap gezet. Vanaf 1854 bestudeerde de geleerde drie gistingen, die van azijn, bier en wijn. Zijn bevindingen werden echter pas in de 20ste eeuw toegepast en drongen pas vanaf 1945 -en zelfs nog later- door tot de wijnopslagplaatsen en de kelders. Voortaan waren er oenologen die hun opleiding hadden genoten aan de universiteit en in laboratoria. Ze kregen de opdracht de wijnbouw van particulieren en coöperaties te leiden.