Wijnweetjes en meer... / De geschiedenis van de wijn in een notendop

Wie maakte de eerste wijn? Waar stond de eerste wijngaard?

Vragen waar niet direct een antwoord op te geven is. Feit is wel dat de allereerst gekweekte pitten van een druif gevonden zijn in de Kaukasus, ten oosten van de Zwarte Zee. De pitten zijn zevenduizend jaar oud. De eerste wijngaard is dus aangelegd tussen het huidige Turkije, Georgië en Armenië. Als je naar het klimaat en gunstige ligging kijkt kunnen wij ons voorstellen dat hier de wijnstokken goed tot hun recht kwamen (maar ook in deze tijd wordt er driftig wijnbouw geproduceerd met zeer interesante wijnen).

Wijn is al sinds mensen heugenis een belangrijk onderdeel van de menselijke beschaving. De Grieken en later de Romeinen hechten veel waarde aan deze drank. (Tja, en wij nu ook!) In de tijd van de oude Grieken werd er ook wijn gedronken in China, maar in die tijd deed China er weinig mee. (Nu kopen ze gerenommeerde wijnhuizen in Frankrijk en gebruiken de kennis om ook van het huidige China een wijnland te maken) Verder spreiden de wijngaarden zich uit richting Perzië en India. In midden- en Zuid-Amerika zijn ook wijnstokken gevonden maar er is niet direct een verband met ontwikkelde wijnen. Men kan er dan ook van uit gaan dat in dit deel van de wereld er niet veel mee gedaan is. (Nu wordt er wel degelijk veel aan wijnbouw/verbouw gedaan maar daar komen wij later op terug)

Griekenland. Het gebruik van wijn in de christelijke tradities stamt af van Griekse en Romeinse rituelen. De rol van wijn heeft direct verband met het Judaïsme, maar de meeste overeenkomsten zijn er met de Griekse culturen van Dionysos, de god van de wijn, en Bacchus voor de Romeinen.

Het Romeinse Rijk. De Romeinen namen de Griekse goden over en voegden deze aan hun eigen goden. Zo veranderde de naam Dionysos in Bacchus. Bacchus werd de god van de wijn (erg vervelend …) en werd een verleider. Zijn cultus verspreid zich onder vrouwen, slaven en armen. De ontwikkeling van het christendom is onlosmakelijk verbonden met het Romeinse Rijk.

Wist u dat: In de middeleeuwen waren wijn en bier geen luxe, maar een noodzaak? In de steden was alleen onzuiver water te vinden dat vaak gevaarlijk was. Wijn had een ontsmettende werking en speelde daarom een belangrijke rol in de primitieve geneeskunde uit die tijd. De wijn werd met het water gemengd om dit laatste drinkbaar te maken. Water werd zelden puur gedronken, in ieder geval niet in de steden.

Wist u dat:
De Engelsen al heel lang van Bordeauxwijn houden? Er vloeiden grote hoeveelheden wijn. In de 14de eeuw werd er heel veel wijn van Bordeaux naar Engeland geëxporteerd, pas in 1979 werd het jaarlijks gemiddelde overschreden. Koning Edward II van Engeland bestelde het grote getal van ruim een miljoen flessen ter gelegenheid van zijn huwelijk met Isabella van Frankrijk in 1308. Bijna drie eeuwen later, tijdens het bewind van Elisabeth I, dronken de Engelsen meer dan veertig miljoen flessen wijn per jaar en dat terwijl de bevolking uit slechts 6.1 miljoen inwoners bestond.

De verovering van Noord – Europa
Wijn was verbonden met de mediterrane levensstijl. Ten noorden van de Alpen verkeerden de wijnbouw in gevaar vanwege de wrede bezettingen. Alleen de kerk die wijn nodig had, kon voor een zekere continuïteit zorgen en zo het voortbestaan van de wijnbouw verzekeren. Na deze rumoerige tijden bevonden de wijngaarden zich voornamelijk rond de kloosters en kathedralen.

De monniken namen er geen genoegen mee om alleen wijn te maken, ze wilden de rank ook verbeteren. In de middeleeuwen waren de cisterciënzers uit Bourgondië de eersten die de grond van de Cote d’Or onderzochten en de wijngaarden transformeerden door de beste planten te selecteren, te experimenteren met de grootte en percelen uit te kiezen die niet vorstgevoelig waren en die de rijpste druiven opleverden. Ze bouwden muren om de beste wijngaarden: de ommuurde wijngaarden (clos) die nog bestaan, (al was het alleen in naam: Clos Vougeot, Clos des Pucelles), getuigen van het inzicht van deze monniken. De cisterciënzers van Kloster Eberrach deden hetzelfde in de Rheigau, dat tegenwoordig een van de beroemdste wijngebieden in Duitsland is. Ze produceerden niet alleen wijn voor de mis, maar ook voor de verkoop: monniken hebben dus een belangrijke rol gespeeld in de wijnhandel in de middeleeuwen.

De handel
Toen er weer vrede was, werden de wijnen uitgebreid en meer ingezet voor de handel. Ook in de roerige tijden is wijn altijd een ruilmiddel gebleven: terwijl de schepen voorzichtig tussen Bordeaux en de monding van de Rijn naar Groot-Brittannie en Ierland voeren wemelde het van de piraten. Iedere leider van de Barbaren was het aan zijn stand verplicht zijn feesten te overvloeien met wijn; zelfs de meest afgelegen plaats had altijd wijn nodig voor de communie. Met het opbloeien van de handel ontstonden er grote wijnvloten. Honderden schepen voeren naar Londen en de Hanzehavens. Rivieren werden ook belangrijke handelsroutes, voor de zware en grote wijnvaten was transport per boot namelijk het geschikst.